06 83 97 13 77 help@doktersindeknel.nl

      Dankbaarheid

      9 mei 2020 | Blog

      Dankbaarheid.. een mooi woord. Een woord dat voor mij pas echt inhoud kreeg in herstel. Ik heb dankbaarheid leren kennen als een warm, liefdevol gevoel. ‘Mijn dankbaarheid spreekt als ik om anderen geef en met hen deel..’ (deel van een zin die bij de meetings vaak voorbij komt).

      Niet dat ik niet ben opgevoed met dankbaarheid, met ‘dankbaar zijn’. Integendeel. Dankbaarheid werd me, bij wijze van spreken, door de strot geduwd.

      Of liever gezegd; tijdens mijn jeugd werd mij vaak verweten ondankbaar te zijn. En een ondankbaar kind zijn, dat was erg, heel erg.

      Natuurlijk had je van kleins af aan dat als je iets kreeg je ‘the magic words’ al moest zeggen voordat je het aannam. Zo niet dan werd datgene (snoepje, koekje) razendsnel teruggetrokken met daarbij de vraag: ‘En, wat zeg je dan?’ Als peuter vergat je het ‘dank je wel’ nog weleens, maar als kleuter zat het er al goed in; mocht er tijdens een familiebezoek een snoepje of koekje jouw kant op komen dan begon je meteen ‘Dank je wel, tante Leny, dank je wel ome Frans etc.’ te blèren. Daarmee bleef dé preek op de terugweg in de auto je hopelijk bespaard. Want ‘zó hebben we jullie (op één of andere manier slaagden mijn broertjes en ik er altijd in collectief ondankbaar te zijn) toch niet opgevoed en hoe vaak moeten we het nou nog zeggen?’

      Maar ‘het grote ondankbaar’ kwam altijd na verjaardag, Sinterklaas of Kerstmis. Tijdens Sinterklaas kregen je cadeautjes die je graag wilde hebben, onder de kerstboom lagen een nieuwe pyjama en pantoffels en op je verjaardag kon het allebei zijn, of één van beiden. Het ergste was het dus na Sinterklaas.. De eerste keer dat je (ik, of één van mijn broertjes, dat maakte voor het verdere verloop niet uit) stout was daarna; omdat je per ongeluk iets stuk liet vallen of vergeten was je bed op te maken of stiekem geen zin had om af te drogen. Dan was je ‘ondankbaar’. Met gevoel voor dramatiek voerden mijn ouders op een harde toon jarenlang dezelfde argumenten aan (die iedere keer harder binnen kwamen, leek het wel). We waren ondankbaar, we hadden die mooie cadeau’s waar zij zo hard voor gewerkt hadden niet verdiend, waar deden ze het allemaal voor en als ze hadden geweten dat wij zo ondankbaar zouden zijn, dan hadden ze niet krom gelegen om voor ons al die mooie dingen te kopen. Zulke ondankbare kinderen; waar hadden zíj die aan verdiend?

      Soms begreep ik niet wat ik misdaan had, of kon er domweg niets aan doen, maar dat het iets slechts was, dat ík slecht was, dat begreep ik wel. Beter mijn best doen dus; om dankbaar te zijn, dingen wél te verdienen. Ook ving ik mijn ontredderde broertjes op en probeerde voor hen op te komen, het uit te leggen. Meestal zonder resultaat.

      Dankbaarheid werd een beladen begrip, een naar gevoel in mijn buik. Iets wat mij schijnbaar niet goed lukte. En ‘dankbaarheid’ en ‘iets verdienen’ of ‘het waard zijn’ met elkaar verbonden. Cadeautjes bekeek ik, inmiddels tiener, met gemengde gevoelens. Hoe lang zou het duren voordat de stemming omsloeg, de cadeautjes onverdiend bleken en jij een ondankbaar sujet? Hoe vaak je ook je dankbaarheid had geuit bij het krijgen ervan, je oprechte blijdschap had geuit bij en na het uitpakken van de cadeau’s, er later nog een tekening of kaartje aan wijdde; het moment kwam altijd.

      Toen ik tweedejaars student was had ik een hartstikke stoer (en duur!) leren jack gezien. Ik wilde het graag hebben, maar kon het niet betalen. Toen mijn ouders het voor me wilden kopen, wilde ik dat niet, ik weigerde. Want ineens begreep ik wat er niet klopte aan de manier van cadeau’s krijgen waarmee ik was opgegroeid; ik kreeg (we kregen) altijd cadeau’s onder voorwaarden! Grillige condities, onbeschreven en onbenoemd. En een écht cadeau is onvoorwaardelijk.

      Met dat leren jack is het wel goed gekomen, tussen mijn ouders en mij ook. En ik heb mijn kinderen altijd cadeau’s gegeven op basis van behaalde resultaten in het verleden zonder garanties voor de toekomst. Maar het woord ‘dankbaar’ als warm en liefdevol, dat heeft even geduurd..

      De diep gevoelde, oprechte dankbaarheid die ik in herstel heb gevonden. Hoe dankbaar was ik vanochtend, toen ik wakker werd met aan beide kanten één van de vier prachtigste meisjes op aarde, allebei nog in diepe rust. En ik, fit en uitgerust met en helder hoofd en zonder schuldgevoel wakker.

      De dankbaarheid die ik voel tijdens een meeting, waar al die zieke mensen delen hoe hard ze werken om een beter mens te zijn. Waar ik nog iedere keer zoveel van leer, me verbaas over de liefde en edelmoedigheid die in hen zit. En hopelijk ook in mij, voor hen. Die mooie, gemankeerde mensen maken me vaak intens dankbaar, in het besef dat onze verbondenheid mijn leven heeft gered.

      Dankbaarheid als levenshouding. Daar horen andere mooie, belangrijke woorden bij, zoals eerlijkheid, moed, vertrouwen en vriendelijkheid.

      Ik heb ontelbaar veel om dankbaar voor te zijn en dat te blijven beseffen is een ongelofelijk belangrijk medicijn tegen verslaving.

      Dankbaarheid is misschien wel gewoon geluk. In ieder geval een vorm van..

      Het is sowieso pure winst! 🙂