06 83 97 13 77 help@doktersindeknel.nl

      Machteloos en moedeloos. Leidt machteloosheid tot moedeloosheid of is het juist zo dat je, eenmaal moedeloos, vleugellam en dus machteloos bent.. Ik denk het eerste, maar ik weet het niet meer. Het enige wat ik weet is dat ik het allebei ben. Waar te beginnen? Ik zie het echt niet.. Waarom ben ik begonnen aan deze mission impossible?

      Zoveel pijn, verdriet, eenzaamheid, ellende, beschadiging..

      Ik zou al mijn patiënten op een dikke schapenvacht bij de kachel willen zetten. Lekker warm onder een dekentje met een kopje thee en een stroopwafel. Ze stuk voor stuk een dikke knuffel willen geven en willen zeggen dat het allemaal goed komt. Maar het komt niet goed en je mag niet liegen.

      Want dan praat je met een patiënt, die zeer angstig, want erg psychotisch, binnenkomt, over perifeer oedeem, maar al snel gaat het over zijn moeder die een antiekzaak had toen ze nog leefde, net als de mijne. En over zijn overleden vrouw. ‘Ze was een zigeunerin, dokter en ze leek op u.’ Hoe hij zelf jarenlang met z’n truck de straten afgeschuimd had; op zoek naar bruikbare zaken die mensen hadden afgedankt. ‘Want, moet u weten, met name in Zwijndrecht zetten de mensen hele mooie spullen bij het grof vuil.’ Blij kijkt hij me aan, alle angst is verdwenen.

      Stralend gelukkig omdat ik nog even wat met hem ga drinken en we allebei warme chocolademelk nemen. Daarna rapporteer ik in zijn dossier over langdurig bestaande veneuze insufficiëntie  en lees ik over wanen en hallucinaties, ernstige verwaarlozing en mishandeling.

      Deze lieve en kwetsbare oude man staat al ruim een jaar op de wachtlijst voor een geschikt plekje (dat er niet is) om naartoe te gaan. Zo beschadigd dat het herstelplan een beschermplan geworden is.

      Of je ziet een collega de motiverende gesprekstechnieken, die je die week nog geleerd hebt, loslaten op een patiënte (zonder vaste woon- of verblijfplaats) die, tegen medisch advies, die ochtend het ziekenhuis verlaten heeft, om in ieder geval bij ons te blijven. Intraveneuze antibiotica voor dubbelzijdige pneumonie maar boos omdat niemand aandacht had voor de wond aan haar voet (dig. I t/m IV onlangs geamputeerd na verwaarlozing wondje bij DM en perifeer vaatlijden). Infuus eruit getrokken, de beveiliging van haar afgeslagen. ‘Ik kreeg de pillen voor mijn voet niet meer, dokter.’ Lastige patiënte, tuurlijk met haar AS II persoonlijkheidsproblematiek. Maar hoe anders was het gelopen als iemand -in plaats van een etiketje te plakken- de tijd had genomen om uit te leggen dat de intraveneuze antibiotica haar orale antibiotica overbodig maakte. Ze heeft toch gewoon gelijk als ze zegt: ‘Ze wilden me daar niet, dokter, echt niet.’

      Patiënte blijft gelukkig en je verandert de antibiotica in overleg met de microbioloog naar een goed oraal alternatief (fingers crossed). Dan lees je dat ze op haar negende al door haar moeder voor drank verkocht werd aan mannen. En dat ze is teruggevallen in gebruik na overlijden van dezelfde moeder.

      Ik zou al mijn gemankeerde maar lieve patiënten aan hun haren naar meetings willen sleuren. Ze dwingen te zien dat het ook anders kan, dat herstel echt mogelijk is, maar dat ‘een beetje’ niet kan als je de ziekte verslaving hebt. De term ‘gecontroleerd gebruiken’ die regelmatig valt (Je hebt ook ‘gebruikersBW’s’; wat is dát? Begeleid wonen in een drugshol?); ik walg er van. Ik zou iedereen toe willen schreeuwen dat dat –in deze tak van sport- een contradictio in terminis is. Wat een bullshit! Zie je niet dat je je patiënten alleen maar dieper het moeras in drijft?

      Ondertussen ben ik zo verdrietig.. zoveel kwetsbare mensen. Eenzaam, alleen, onbegrepen en beschadigd. Eerst door het leven en daarna door zelfdestructie.

      ‘Mensen moeten het zelf willen’, ja, dat snap ik GVD ook wel, maar als ze nou niet weten wat er te willen valt? Ze niet weten hoe het ook kan; een leven in herstel? Of als ze, door beschadigd brein of anderszins, niet (meer) bij machte zijn om dat te willen? Niet meer beseffen dat er een gezonde keuze te maken is? En ja, soms komt die gezonde keuze te laat en zijn motiverende gesprekstechnieken niet meer zinvol omdat iemand’s brein echt stuk is. En dan wordt een herstelplan inderdaad een beschermplan.

      Maar wanneer geef je iemand op? Wanneer weet je dat écht herstel écht niet meer mogelijk is? Dat ‘damage control’ het hoogst haalbare is? En hebben we dan dus niet veel eerder gefaald? Of toen zelf ook te snel een etiketje geplakt? Mogen we dat eigenlijk wel? De diagnose ‘chronisch verslaafd’ stellen? Zijn daar keiharde criteria voor dan? Zoals voor de diagnose mammacarcinoom? Of COPD Gold III?

      Ik snap het waarschijnlijk niet. Of ik snap het te goed. Ik ben in ieder geval niet geschikt voor dit vak. Niet zonder verdoving.