06 83 97 13 77 help@doktersindeknel.nl

      Pushy

      10 10 2020 | Blog

      Ik ben boos. Boos en gefrustreerd.

      Ik zit lang genoeg in mijn herstel om te weten dat boosheid een vrij eendimensionale emotie is waar je aan voorbij moet kijken. Maar daar was ik -tot gisteravond- nog niet echt aan toe.

      Na bijna anderhalve maand in de wereld van outreach verslavingszorg rond te hebben gelopen vraag ik me af: Hoe wilsbekwaam is een verslaafde? En: Wanneer is er écht sprake van onvermogen en wanneer van onwil?

      Er zijn mensen binnen de verslavingszorg die vinden dat een verslaafde àltijd wilsonbekwaam is. In ieder geval als hij/zij in gebruik is (eens). Maar ook als degene in actieve verslaving is. Het NA-/AA-programma zegt dat je niet verantwoordelijk bent voor de ziekte, maar wel voor je herstel.

      In de (chronische) verslavingszorg zijn de hulpverleners blij als je op z’n minst de wens hebt om te minderen. Het programma zegt dat je je moet onthouden van alle geest- en stemmingsveranderende middelen (wat klinkt dat beter in het Engels -> ‘mind- and mood influencing drugs’) om te kunnen herstellen.

      In de verslavingszorg worden afspraken met je gemaakt, als je je daar niet aan houdt dan wordt de (behandel-)relatie beëindigd bij gebrek aan behandelperspectief. Maar ook als je herstel voorspoedig verloopt wordt er afgeschaald en wordt je uiteindelijk weer zelfstandig de wijde wereld ingestuurd. Het programma zegt dat je altijd welkom bent, onafhankelijk van clean-tijd is het ‘enige vereiste voor lidmaatschap de wens om te stoppen met gebruiken’.

      In de GGZ kan de wachttijd oplopen tot meerdere maanden. Op meetings ben je dezelfde dag nog welkom.

      De GGZ is bereikbaar van 09.00 – 17.00 uur, behalve als je vijfhoog staat en een einde aan je leven wil maken. In een beetje stad zijn er iedere dag én avond meetings. Ook in het weekend. Bovendien is er een hulplijn die 24/7 bemand/bevrouwd wordt door een andere verslaafde waar je altijd tegenaan mag kletsen.

      Do I have to say more?

      Hoe kan het dan dat de reguliere verslavingszorg/GGZ amper iets weet over de AA die sedert 1935 bestaat en over de NA daterend van 1951? Programma’s die al decennia lang wereldwijd bestaan en in meer dan tachtig jaar, in de basis, onveranderd zijn. Kom daar maar eens om in de GGZ, waar mensen met een nieuwe visie, een ander geluid of een frisse wind, continu over elkaar heen buitelen om te bewijzen dat dit ‘het’ écht is. Om over de schaalvergroting en de vele personeelswisselingen, waardoor niet alleen de patiënten maar ook de werknemers de weg kwijt raken in hun eigen organisatie, nog maar te zwijgen. En dat terwijl iedereen het er over eens is dat structuur en continuïteit de grondslag vormen voor een stabiel herstel van welke psychische ziekte dan ook. En zéker van de ziekte verslaving.

      De hele week boos en gefrustreerd dus. Boos omdat patiënten niet gewoon doen wat ik zeg (wat overigens oprecht beter voor ze zou zijn, maar daar ga ik maar een ietsiepietsie beetje over helaas), gefrustreerd omdat ik voor de 178e keer moet uitleggen wat de AA en NA zijn en hoe die een meerwaarde kunnen hebben in het herstel van onze patiënten die vaak niet eens meer een (gezond) netwerk hebben. Of geld om hun avond anderszins te besteden dan aan een meeting waar je welkom bent, het warm is en de koffie gratis.

      Maar gisteravond op de meeting was daar ineens het onderliggende verdriet, het zicht op de machteloosheid.

      Het verdriet omdat een mattie was teruggevallen, maar ook de trots dat ze zichzelf zó snel weer herpakt had. Dat zou ik niet kunnen, denk ik. Want áls ik het dan verpruts, dan kan ik het net zo goed écht goed verprutsen, toch?

      Maar met dat verdriet kwam ook het verdriet om mijn patiënten, om zoveel onwil en onvermogen. Zoveel gemiste kansen, zoveel leed, zelfgekozen of niet.

      Vanwege een nieuwkomer op de meeting lazen we gezamenlijk Stap 1: ‘Wij erkenden dat we machteloos stonden tegenover onze verslaving, dat ons leven onhanteerbaar was geworden’. Natuurlijk sta ik allang niet meer machteloos tegenover mijn verslaving, maar tijdens de meditatie realiseerde ik me dat ik wel degelijk machteloos sta tegenover de verslaving van anderen, dus ook de verslaving van mijn patiënten. Dat vind ik ook het fijne aan het programma, aan de Twaalf Stappen. Ze maken, mits toegepast, alle toekomstige uitdagingen in het leven hanteerbaar.

      Tel daarbij dat ik ‘het verlangen om te gebruiken ben kwijtgeraakt’ (lezen we ook iedere keer voor en klopt na verloop van tijd absoluut) en dat ik zoveel prachtige mensen heb mogen leren kennen..

      Mensen zoals ik, waarbij herkenbaarheid de basis is, maar waarmee het vaak ook gewoon keigezellig is. Want we houden elkaar een spiegel voor, maar lachen daarnaast heel wat af. Binnen én buiten de meetings.

      Boos is nu blij en machteloosheid acceptatie. 🙂