06 83 97 13 77 help@doktersindeknel.nl

      Rouw

      22 jan 2020 | Blog

      Afgelopen week fietste ik na de meeting huilend naar huis; aangedaan door de shares van mijn matties, met name door die ene share van die ene mattie..

      Dit is voor mij ook best wel een share, by the way. Tot anderhalf jaar geleden huilde ik nooit en ging daar prat op. Ik ben in herstel niet in ene in een huilebalk veranderd, maar ik schaam me er niet meer voor. Nou ja, soms niet tenminste.. 😉

      Verdrietig was ik, verdrietig en boos om zoveel struggle. Zoveel struggle met en door die kloteziekte. Ik was oprecht aangedaan door die ene share.. een mattie die al meters gemaakt heeft, veel meer dan ik, ondanks een ‘rugzakje’. Die verschrikkelijke uitdrukking, terminologie van lieve psychologenmeisjes, sérieus!!?! De meeste van mijn matties hebben een backpack daar zeggen ze zelfs bij Bever Outdoor ‘u’ tegen. Door passen alle spullen nodig voor een beklimming van de Himalaya in. Inclusief de sherpa.

      Al jaren in herstel zijn, je leven weer op de rit en dan door de onbetrouwbaarheid van het leven weer teruggeworpen worden tot ‘just for today’. Weer zoveel trek hebben dat de kookwekker er soms aan te pas moet komen om de uren uit te zitten. Maar ook weer zo goed in herstel zijn dat je dat, en de bijbehorende gevoelens van weerstand, zinloosheid en depressie, herkent vóórdat je daadwerkelijk terugvalt. En dan moe van het continue gemarchandeer met je verslaving en bang voor zijn verwoestende kracht -heel adequaat- aan de bel trekt bij de hulpverlening.

      ‘Goedenavond, ik bel omdat het niet goed gaat. Ik ben verslaafd, heb nog twee andere labels van jullie gekregen en ben al ruim vier jaar in herstel, maar ik trek het echt niet meer.’

      ‘Heeft u gebruikt?’

      ‘Nee, nog niet, maar het scheelt niet veel meer..’

      ‘Wilt u dood?’

      ‘Nee, nog niet, maar ik zie het leven ook niet meer zitten op deze manier.’

      ‘Dat begrijpen we (‘We’??? Is het een groepsgesprek?? Of koninklijk meervoud?), mijnheer. We wensen u dan ook veel sterkte en raden u aan zo snel mogelijk contact op te nemen met uw ambulant behandelaar.’

      Ambulant behandelaar? Hmmm, dat is een goeie.. Waar is die ook alweer? Ze heeft inderdaad een half jaar geleden nog eens gebeld om te vragen hoe het ging. Ja, top! Nog altijd clean, weer aan het werk, opleiding aan het volgen, gelukkig samenwonend. En ja, nog altijd naar meetings.

      En nu? Nu, K*! Nog altijd clean, maar net aan en ziek thuis, opleiding gestaakt en het is uit met lief. En ja, nog altijd naar meetings. Gelukkig, want ambulant behandelaar is van baan veranderd en bij niemand meer in de ‘case load’.

      De diagnose ‘verslaving’ mededelen is een soort ‘slecht nieuws gesprek’, denk ik vaak. Dat zou het tenminste moeten zijn. Een soort setting als bij het aan een patiënt vertellen dat hij kanker heeft. Extra tijd ingeruimd op het spreekuur en bij voorkeur een geliefde erbij. Een collega psychiater vergelijkt de ziekte verslaving vaak met de ziekte kanker; herstel is mogelijk (ik doe de ziekte kanker te kort door alle carcinomen op één hoop te gooien, maar datzelfde geldt denk ik ook voor de ziekte verslaving), de ziekte kan in remissie gaan en na vijf jaar kun je iemand redelijk veilig uit de controle ontslaan. Maar toch is het inherent aan de onbetrouwbaarheid van beide ziektes dat ze, zelfs na twintig jaar, weer de kop op kunnen steken..

      Laatst werd ‘rouw’ als topic ingebracht op een meeting. Natuurlijk ging dat over het verlies van geliefden, maar het werd op een gegeven moment breder getrokken; rouw om wat je allemaal door je verslaving verloren hebt en later rouw omdat je de ziekte verslaving hébt. Want ‘je kunt van een komkommer wel een zure bom maken, maar van een zure bom nooit meer een komkommer’, zoals Claire Pooley zo treffend schrijft in haar boek ‘ChardonNEE’. En toen je nog een komkommer was en begon te feesten, experimenteren, verdoven of anderszins, was je geenszins van plan een zure bom te worden. Toch?

      Maar zure bom geworden of niet, verzuren kun je niet in herstel. 🙂 Daarvoor valt er nog veel te veel te lachen; met elkaar, om elkaar en om jezelf. Want ik heb nog altijd heel veel meer gelachen dan gehuild de afgelopen twintig maanden..

      Boos, opstandig, verdrietig; allemaal echte, onverdoofde gevoelens komen er op je af. Maar datzelfde geldt ook voor warmte, liefde, begrip én humor. Tegenover het verlies, dat wat je verslaving je heeft gekost en dat je die diagnose nu eenmaal hebt, kun je de winst van herstel zetten. En door open van geest en eerlijk (twee van de pijlers van het programma) te zijn heb ík in ieder geval zóveel gewonnen. Want ik weet dat ik een beter mens geworden ben in herstel. Aardiger, begripvoller, liever. Menselijker. Daar doe ik in ieder geval hard mijn best voor. But still working on it..

      En alle mensen die ik in herstel heb ontmoet; ik zou ze nooit meer willen missen. Al die lieve, gevoelige, gemankeerde maar mooie mensen die mijn leven hebben gered. Al die tobbers -want dat zijn we- maar eerlijke tobbers die naar zichzelf en hun eigen aandeel in dingen durven te kijken. Zelfs tussen de niet-verslaafden die ik heb leren kennen de afgelopen twintig maanden zitten hele leuke (tobbers). 😉